Imaginary iPhone
(via under-rawrr)
Imaginary iPhone
(via under-rawrr)
The rise and fall of personal computing, also in an infographic.
Het is geen geheim dat ik een groot fan ben van het werk van David Weinberger. Een aantal van zijn boeken kocht ik via Amazon. Onlangs verscheen Weinberger’s nieuwste boek, Too Big To Know. Amazon stuurt me daarom even een mailtje, voor het geval ik dat nog niet wist. Zo simpel kan het leven zijn. Hulde.

Mark Weiser and his team using prototype tabs, pads and a board at Xerox PARC in 1990/91.
Foto via Ben Bashford.
Of je nu heerlijk zit weg te dromen bij de muziek, of over je nek gaat van het sentimentele gezever van de babyboomers waarmee de lijst wordt omsierd, de Top2000 is met meer dan 11 miljoen luisteraars een instituut.
Gestart in 1999 als eenmalig initiatief rond de millenniumwisseling en verdergegaan volgens bekend recept. In de laatste dagen van het jaar klinken de 2000 populairste platen aller tijden, bepaald via een internetstemming door luisteraars. Mijn muziek is het niet, maar wat niet is, kan nog komen. Als de website van de Top2000 me daar tenminste meer in zou ondersteunen.
De munteendheid op de website van de Top2000 is een nummer van een artiest. Bijvoorbeeld Someone Like You van Adele, op plaats 6 en nieuw in de lijst dit jaar. Bij een notering staat na klikken song info (met spatie), artiesten info (wederom met spatie) en noteringen (dat is de positie van het nummer door de jaren heen in de lijst, vreemd genoeg gevisualiseerd met een staafdiagram).

Voor een nummer als kleinste eenheid kiezen lijkt logisch, de lijst is immers opgebouwd uit 2000 nummers. Het heeft echter wel consequenties die beperkend werken. Artiesten komen geregeld meerdere malen voor in de lijst. Adele bijvoorbeeld 6 keer dit jaar, alle andere artiesten uit de top 10 minimaal 3 keer. De artiesten info staat bij elk nummer vermeld en is hetzelfde bij elk nummer. Het is een algemeen verhaal over de artiest en niet, wat je misschien zou verwachten binnen deze constructie, informatie over de artiest op dit specifieke nummer.
Als je 6 keer dezelfde informatie toont, is het dan niet veel logischer om een artiestenpagina te introduceren? Op een artiestenpagina staat informatie over de artiest of band, staan alle nummers uit de lijst van dit jaar en de voorgaande jaren, staan foto’s van de artiest, staat waar nummers zijn gebruikt, staan de tweets van de luisteraars over deze artiest, staat welke artiesten gerelateerd zijn op basis van het stemgedrag van de luisteraars, en zo verder.
Het idee van een artiestenpagina is overigens niet nieuw, getuige voorbeelden bij de BBC en The Guardian. De mogelijkheden zijn eindeloos en je biedt de bezoeker van de website een manier om op ontdekkingstocht te gaan. De smaak van luisteraars - en daarmee de lijst - verandert constant. Voor de luisteraars is de website een manier om - tijdens het luisteren naar de radio! - kennis te maken met muziek buiten hun straatje, want het is niet alleen nostalgie die de lijst maakt tot wat hij is.
Met 11 miljoen luisteraars kan het radioprogramma niet stuk. De ontsluiting van de content en vooral de context van de informatie op de website van de Top2000 kan echt veel beter. Er is een hoop informatie, de video’s van Leo Blokhuis bijvoorbeeld, de vele tweets, het stemgedrag van de miljoenen luisteraars en ga zo maar door. Met de gegevens van meer dan tien jaar Top2000 is het tijd om daar meer mee te gaan doen en de eindjes aan elkaar te knopen. Time to release the info beast.
The web is what you make of it. Achter de schermen van een website.
De Nederlandse voetbalbond KNVB heeft 1.179.000 leden en organiseert voor zijn leden wekelijks meer dan 33.000 wedstrijden. Ik ben één van die leden en sta elk weekend op het veld om een wedstrijd te spelen, georganiseerd door de KNVB.
Dat is de KNVB die zorgt dat scheidsrechters en seniorenteams op tijd op het juiste (kunst)grasveld staan, met een geldig pasje bovendien. Niets dan lof voor al het geregel door de KNVB. Diezelfde bond heeft echter ook een digitaal gezicht wat minder fraai is.
De website van de KNVB biedt ingangen naar subsites via thema’s - als straatvoetbal of ons oranje - en doelgroepen - als bestuurders of senioren -. Ferry den Dopper schreef in 2009 een aardig artikel over de (on)zin van doelgroepingangen op een website. Ferry’s conclusie was onder andere dat de doelgroepgerichte organisatie vaak iets anders wil dan de taakgerichte bezoeker van de website, met als resultaat een structuur op de website die onduidelijk is voor de bezoeker.
De KNVB legt het idee van subsite voetbal.nl gelukkig uit. Voetbal.nl is namelijk de ontmoetingsplaats voor voetballers, een op maat gesneden website met - het staat er echt - alléén de informatie die jij wilt zien.
Dat betekent in de praktijk dat ik me door een jungle van advertenties en onduidelijke navigatiemenu’s met beproefd Droste-effect heen moet slaan om te komen bij de informatie die ik wil zien, namelijk waar en hoe laat ik zaterdag op het veld moet staan.

Door advertenties op websites laat ik me niet snel afschrikken, maar de KNVB maakt het wel erg bont. Misschien heeft de marketing-afdeling zich op basis van het aantal KNVB-leden rijk gerekend en dacht men wel wat te kunnen verdienen aan die potentiële bezoekersaantallen. Ik ben echter afgehaakt. Tegenwoordig stuur ik teamgenoten op vrijdagavond een sms met de vraag waar ik hoe laat moet zijn. Minder frustratie en twee keer zo snel.
Door mijn ge-sms was ik al tijden niet meer op de website van de KNVB geweest. Tot afgelopen weekend. Tijdens de derde helft had ik met teamgenoten een discussie: maakt een keeper nu wel of geen overtreding als hij met de benen in het strafschopgebied staat, maar de bal uit de lucht buiten het strafschopgebied met de handen pakt. De website van de KNVB zou vast uitkomst bieden, dacht ik. Dat bleek een naïeve gedachte. Een PDF van 105 pagina’s met spelregels, daar moest ik het mee doen. Het antwoord op mijn vraag stond er niet in. *
De status van het internet volgens de KNVB anno 2011 is, om in voetbaltermen te blijven, randje zestienmeter. Advertenties en PDF’s, gelardeerd met onoverzichtelijke navigatie en een hoop non-nieuws. Was de website van de KNVB een voetbalstadion dan zouden er nu aanstootgevende spreekkoren klinken.
* = waar zouden we zijn zonder Wiki. Het antwoord is dat de keeper wel degelijk een overtreding maakt.
Het is gewoon een hele lange rij boeken, aldus Marjan Schwegman, directeur van het NIOD in bovenstaand videofragment uit het NOS-journaal van 11 december. Ze heeft het over het levenswerk van Loe de Jong. Onhandig, zo’n rij met boeken! Maar dat is verleden tijd, want het complete werk is nu via de website van het NIOD te downloaden.
Dus als je verzet intypt, krijg je alle teksten te zien waar het woord verzet in voorkomt. Schwegman is zichtbaar onder de indruk van al deze digitale krachtpatserij. En dat in 2011.

Het was een lange rij boeken, en is nu een lange rij PDF’s. Volgens Schwegman blijkt uit onderzoek dat jongeren best meer informatie willen over de Tweede Wereldoorlog. Wat het NIOD met deze digitale dump vergeet, is dat informatie wel bruikbaar moet zijn.
Net als in de Beeldbank WO2 wordt informatie op deze manier op geen enkele manier aan elkaar geknoopt, wat toch een enorme toegevoegde waarde zou zijn geweest ten opzichte van de hele lange rij boeken. Om maar iets te noemen. De mogelijkheden zijn eindeloos en dan is het jammer om te zien dat een tabel met PDF’s het hoogst haalbare is.
Hoe het ook kan? Schoolvoorbeeld van gebruik van huidige mogelijkheden blijft de Library of Congress. De grootste bibliotheek ter wereld heeft een collectie van miljoenen boeken, tijdschriften en foto’s en is niet bepaald een kleine jongen. Ze zitten op Facebook, Flickr, Twitter, YouTube, hebben een blog en een podcast. Het kan gelukkig dus wel.